De benaming 'snelbouwbaksteen' of afgekort 'snelbouw' is een in de handel gebruikelijke benaming die niet expliciet in de norm voorkomt.

Volgens de PTV 23-003 in het kader van de BENOR-certificatie zou de snelbouw 'baksteen voor niet-decoratief metselwerk' moeten heten terwijl deze snelbouw volgens de Europese geharmoniseerde norm NBN EN 771-1:2011 + A1:2015  tot de metselstenen voor onbeschermd metselwerk (U-stenen) of tot de metselstenen voor beschermd metselwerk (P-stenen) kan behoren, afhankelijk van het beoogd gebruik.

Ze worden zowel voor dragend als niet-dragend metselwerk gebruikt.

In de praktijk kunnen verschillende soorten snelbouw worden onderscheiden, afhankelijk van de thermische, akoestische en dragende prestaties.  We geven enkele voorbeelden:

Gewone snelbouw (SB)
Deze bakstenen worden in de handel ook ‘SB-bakstenen’, ‘tralieblokken’ (naar analogie met ‘blocs treillis’) of ‘snelbouwers’ genoemd.

 

Isolerende snelbouw (ISO-SB), meestal met verlaagde volumemassa. Deze isolerende bakstenen vindt men vaak onder merknamen met het prefix poro-, iso- of thermo-. Er zijn verschillende keramische metselblokken met verbeterde thermische eigenschappen: met een aangepast perforatiepatroon of met ingevoegde isolatie in de perforaties

 

Hoge Weerstandsblokken 
Deze snelbouwstenen hebben een hogere volumemassa en beschikken over een beduidend hogere druksterkte.

 

Tevens werden er dunnere binnenmuurstenen ontwikkeld. Deze snelbouwblokken laten toe extra isolatiemateriaal in de spouw te plaatsen voor eenzelfde muurbreedte of meer woonoppervlakte te hebben door smallere draagmuren.

 

Rekening houdend met de verwerking kan men gebruik maken van snelbouwstenen met “tand en groef”-verbinding en grote formaten (tot 50 cm lengte).