Alhoewel de benaming "gewone" baksteen zeer courant is, en in de praktijk ook geen aanleiding geeft tot verwarring of onduidelijkheid, is het toch moeilijk een precieze definitie van het woord te geven.


In feite stamt de benaming nog uit de tijd dat er slechts dure baksteensoorten op de markt waren: de specifieke "gevelsteen" en de "gewone". De gevelsteen was - zoals de naam het aanduidt - bestemd voor gevels, de "gewone" was bedoeld voor de andere toepassingen, waaronder vooral de (te bepleisteren) binnenmuur. Heden ten dage wordt voor te bepleisteren binnenmuren haast uitsluitend de snelbouw gebruikt, zodat de gewone baksteen zijn belangrijkste toepassingsgebied kwijtgeraakt is.

Toch worden nog gewone bakstenen vervaardigd, en dan vooral voor toepassingen waarvoor snelbouw minder geschikt is: kleine aanpassingswerken ("bricolage"), metselwerk dat om een of andere reden een hoog specifiek gewicht moet hebben, geschilderde parementen.
In ieder geval dient steeds nagegaan te worden of de eigenschappen voldoen aan de prestatie-eisen voor de toepassing.

Een gewone baksteen is altijd een strengperssteen, vaak voorzien van een drietal gaten.